MnM 2009 MWC - Van Maastricht naar Middelburg
![]()
Floor Martens
Josse Rutten
Marjo Gerits
Irma Benneker
Marianne Bogaarts
Loes Mallee
Madeleine van Inckel
Marina van Montfort (auteur)
Foto's zijn in het fotoboek te vinden.
Uitgezwaaid door het bestuur van de Zuidelijke Nederlandse Roeibond en het bestuur en leden van MWC vertrokken, voorzien van een lekker ontbijtje van Jo en Chrit, vertrok de ploeg van MWC als een van de vier ploegen voor een tocht van acht dagen naar Middelburg. Het vervoermiddel, een wherry, was een voor onze club tamelijk onbekend type boot. In de double wherry zitten twee roeiplaatsen en er is plek voor een stuurman en bijvoorbeeld een extra instructeur. De boot is wat breder dan normaal en is overnaads.De tocht zou gaan voeren langs de roeiverenigingen van Roermond, Well, Cuijk, Eindhoven, Den Bosch, Breda, Roosendaal, Goes en Middelburg. Iedere roeivereniging probeert een ploeg af te vaardigen. Vorig jaar was dat prima gelukt, dit jaar lukte het voor gemiddeld vijf clubs. Voor MWC was het samenstellen van de ploeg helemaal geen probleem. Op basis van de ervaringen van vorig jaar was al snel een groep enthousiaste vrouwen aan de slag gegaan met de voorbereidingen. We konden de net gerestaureerde Furtje Fine van Roosendaal huren, een zware boot, maar eenmaal op stoom gebracht lag hij lekker op de golven. Furtje Fine betekent “ Stukje Land”.
Dansen bij windkracht zeven
Bij marathontochten in Wherry’s wordt er om het half uur gewisseld. Het wisselen op zich is een hele kunst en vraagt ook wel moed. De voor ons snelste manier bleek, midden op het water alle vier de riemen loslaten. De boeg en een van de sturen wisselen staande om de slag heen en vervolgens wisselen de slag en de andere stuur. Dit ging steeds sneller. De ander boten vonden het net een dansje.
Hartje Den Bosch![]()
’s Avonds kwamen we soms na twaalf uur roeien heel laat aan bij de volgende roeiclub. Een keer volledig doorweekt in Den Bosch. Helaas waren ze daar net met nieuwbouw van hun clubhuis bezig en waren de omkleedgelegenheden erg primitief. Marianne was zo nat dat ze niet eens op het idee kwam om droge kleren aan te trekken. In de provisorische kantine was zeer verrassend een hartverwarmende kleine maaltijd voorbereid. Tijdens de tocht zijn we sowieso erg verwend op de verschillende roeiclubs en door deelnemers aan de tocht (Berna, Dorien en Leo) en bij vrienden thuis (Trees en Kees).
Onze grote vriend Emiel van Beatrix Eindhoven roeide met zijn ploeg vier dagen mee en daarmee kreeg zijn boot de benaming “onze mannen”. Hij nodigde ons ook nog uit om bij hem en zijn vrouw te overnachten.
De toppen uit de bomen
Regelmatig kregen we telefoontjes en SMS-jes van het thuisfront of de tocht nog steeds voortduurde en wellicht was stilgelegd vanwege de harde rukwinden. Bij Marina was voor de tweede keer een top uit een boom in de voortuin afgeknapt door een lelijke draaiwind. Nee dus, de tocht ging door, ook omdat we na Eindhoven vooral kanalen hebben bevaren en een beetje beschutting konden vinden aan bakboordwal. Af en toe was het wel heel heftig, als de straffe wind niet vermeden kon worden.
Het wedstrijdtraject bij TOR (Tilburg) is de tweede roeibaan van Nederland vanwege zijn gunstige ligging voor wat het weer betreft. In heel Nederland spookte het die dag maar het prachtige clubhuis van TOR werd verwarmd door een lekker zonnetje en de wind was net even gaan liggen toen we daar een lekker lunch kregen voorgeschoteld.
Voorbereiding voor de elfstedentocht
Madeleine werd helemaal enthousiast toen ze een hele serie echt lage bruggetjes tegen kwam. Hier kunnen we goed oefenen! Dat was ook wel nodig want de bruggetjes waren echt heel laag. Goed door Madeleine voorbereid: vlaggetjes demonteren (help, boot van Roosendaal, hebben jullie een schroevendraaier, enteren, dank u, tot straks) snelheid maken, vijf, vier, drie, drie drie, twee, een en liggen. Marjo, als boeg, kukelde in de voorplecht en moest stevig haar buikspieren gebruiken om weer overeind te komen. OK, nu moeten de anderen ook sturen. Ja, twee, een, koppen omlaag nieuwsgierige aagjes, en onderwijl ook nog sturen en snel de riemen uitbrengen ... en voort maar weer naar de volgende brug. Het sturen van lage bruggetjes heeft voor Marina en Floor geen geheimen meer.
Sterke vrouwen![]()
Als enige volledige vrouwenploeg hebben we regelmatig de onderkaken zien hangen als we, met veel plezier, tegen een straffe wind van windkracht zes tot zeven, boten voorbijroeiden met een verhoogde oprijsnelheid. Naderhand kwamen ze vragen hoe we dat voor elkaar kregen. Zij hadden zelf last van wind op de riemen, ongelijk inpikken, en te weinig kracht kunnen zetten. Ze hadden ook geprobeerd ons versnelde tempo op te pakken maar dat lukte ook niet. Toen ze hoorden dat we zo’n snelheid haalden op halve banken viel de mond, op een grappige manier, nog verder open. Op het traject van de Suikerrace, net voor de aankomstplek, bleef de ploeg van de Hertog ons iedere keer net voor, we begrepen dat niet omdat we de ochtend slechts met drie roeiers in onze boot, makkelijk op kop lagen. Naderhand kwam een van de ploegleden nog speciaal vertellen dat hij zijn bewondering moest uitspreken omdat ze, terwijl ze op dat traject juist de twee mannen hadden laten roeien, zonder te wisselen. Desondanks hadden ze het er knap lastig mee om ons voor te blijven. Een van de twee mannen heeft vorig jaar nog het Groene Hart gewonnen. Dat was voor ons natuurlijk een leuke opsteker.
Om de lange afstanden vol te kunnen houden was het ook belangrijk om wedstrijdjes met onszelf te houden. Voor de aankomst bij Well leek Roosendaal ons in te halen terwijl we de hele dag op kop hadden gelegen. Marianne en Irma wilden dat niet laten gebeuren en hebben drie kilometer gesprint (in een wherry?). Marina als stuur durfde hen niet te verklappen dat er na de aankomst in de haven nog driekwart kilometer op hen lag te wachten.
Beschonken dames
De Furtje Fine had overigens ook een geheim wapen aan boord. Na die zeer natte hoosbuien voor Den Bosch, kwam iemand op het idee om een flesje Berenburger te kopen. In een van de sluizen zagen “onze mannen” dat we af en toe een neutje uit het dopje van de fles namen. We beloofden dat ze bij de volgende sluis ook van ons wapen gebruik mochten maken. Gaandeweg de rit hiernaar toe werd de Berenburger op een paar slokjes na in een waterflesje gedaan en vroegen we bij de volgende sluis of ze ook wat wilden “want” er was nog maar een bodempje in de fles Berenburger over. Tja, wie mocht de rest van de tocht nog sturen? Floor met haar aanstekelijke lach?
De groene remparachute
Het kanaal in Eindhoven was heel erg mooi om doorheen te roeien, maar het werd steeds moeizamer. De waterpest maakte een centimeters dikke laag op het water; het leek alsof onze boot er als een ijsbreker doorheen voer. Maar dan nog? Zijn we zo moe?, we komen niet meer vooruit?! Bij aankomst bleek dat we een enorme dikke sliert net gemaaide waterplanten aan ons roertje hadden hangen. Poeh gelukkig was het dat “maar”. Zo hadden we niet nog dagen kunnen roeien. “Onze mannen” deerde die groene soep niet; zij waren mooi als eerste binnen.
Paaldansen![]()
Tijdens de tocht hebben we 21 sluizen van binnen gezien, heel moderne grote sluizen en heel kleine antieke sluizen. Bij een sluis dachten we na het schutten dat we weer verder konden, potdorie, belandden we weer in de volgende sluis. Deze sluis was wel heel uniek.
De sluis die we nooit meer zullen vergeten zal over een tijdje in deze hoedanigheid niet meer bestaan. Rijkswaterstaat is bezig een aantal kleine sluizen te vervangen door een grote sluis. Hierdoor zijn een paar sluizen echte bouwputten. We voeren met vier boren naar binnen en helaas had de MWC-boot de slechtste plaats. In de sluis waren vier ronde ijzeren palen met een doorsnede van driekwart meter en een kleine vierkante rand met een plek waar we de pikhaak konden vasthaken. Twee boten hadden twee bevestigingspunten gevonden en konden de boot redelijk goed recht houden in de sluis; de andere twee boten konden maar op een punt vasthaken. De zijwanden van de sluis boden helaas geen goede aanlegplaats. De MWC boot lag vooraan, op vier meter afstand van de deuren. De op afstand werkende sluisbediende liet de sluis supersnel vollopen en het begon heftig te kolken. Na een tijdje dapper kanovaren door boeg Madeleine besloot Furtje Fine een pirouette te maken. Gelukkig reageerde iedereen zeer alert en werd er geen ander boot of zijwand geraakt. Loes had de volgende dag maar een woord voor ons verhaal: paaldanseressen.
Nachtengels
Door een erg nodige viervrouw sterke plaspauze aan de wal kwamen we een keer in het donker aan. We hadden zelfs de veiligheidshesjes aangetrokken om zo zichtbaar mogelijk te blijven. Toen we bij de club van Breda de bocht om zeilden bleek het vlot vol te staan met bezorgde mannen. Heerlijk als je naar de kantine gestuurd wordt voor een bord heerlijke spaghetti en de boot, die met acht mensen moet worden getild, voor je in de loods wordt gelegd.
Onverwachte Chinees
Helaas ging de laatste tocht over het Veerse Meer niet door. De dag ervoor vlogen de voortenten van de caravans door de lucht en hadden de zeilboten het erg moeilijk op het water. Loes, Madeleine en Marina zijn op de dag zelf nog even gaan kijken naar het Veerse meer. De windkracht was 4 tot 5 en was verder aan het afnemen. Veiligheid gaat voor alles. Toch heel jammer van deze prachtige tocht. Roeiclub Honte van Middelburg had al dertig maaltijden besteld bij een Chinees restaurant. Die zijn ze maar met hun eigen leden gaan verorberen. Ook gezellig natuurlijk.
Organisatietalent
Josse had alles prima voorbereid en daar waar er zich onverwachte en onplanbare zaken voordeden werd dit als groep maar ook met behulp van leden van andere clubs opgelost. Josse laat een statistiekprogrammaatje los op de eindafrekening en dan kunnen we ons weer verheugen op het volgende jaar.
- login om te reageren

