Vreemde Sporten

De wereld kent vele vreemde sporten, zoals zo snel mogelijk van een berg afrennen om een  rollende kaas te pakken te krijgen, of  bijvoorbeeld extreem strijken. Extreem strijken? Dat doe ik elke week, zullen sommige vrouwen denken. Extreem strijken gaat net iets verder waarbij deelnemers 2 kabels tussen rotsen spannen, om in het midden op een 2 cm brede kabel een strijkplank uit te klappen, en vrolijk gaan strijken. Ieder zijn ding.

Enfin, toch valt er een sport in het bijzonder op: Marathonroeien. Een hele eigenaardige bezigheid. Laat ik als voorbeeld even de Elfstedentocht nemen. Een geweldige tocht door het Friese land die je het dichtst bij de variant van het schaatsen brengt. Een wedstrijd waarop hele volksstammen af komen tot ver in Duitsland.  Je kunt je toch rustig gaan afvragen wat voor sport je nou eigenlijk doet, als je midden in de nacht bij een bruggetje je auto parkeert en er nog zo’n 20 andere auto’s, campers en bussen zijn die allemaal voor hetzelfde komen onder het motto: ‘’moarn is neat, hjoed mat it barre’’ (morgen is niet van belang, vandaag moet het gebeuren). Druk in de weer met zaklampen, pikhaken, omgebouwde verfrollers en lichtzwaarden, schreeuwend en bellend, en als het circus voorbij is racen ze weer weg. ‘Hobbyen’ laten we maar zeggen.

Waar ben ik mee bezig? vraag je je dan ook af als je midden in de nacht aan het roeien bent en de stuur roept dat er koeien staan op stuurboord. Roeiend op een smal water, alleen maar het geluid van je bladen horen, om je heen alleen maar weilanden, en in de verte zie je Leeuwarden verdwijnen. Zachtjes de nevel over het water zien dansen en weg van de beschaving om een hele nacht door te roeien en elk uur datzelfde wisselfeest mee te maken.

Iedereen gaat tot het uiterste in deze tocht, waarbij de slogan: Met bloed, zweet en blaren’, toch wel het beste past. Elfstedenroeien is een serieus iets. Zo denkt ook een ieder erover bij het stempelen. Een stressvolle aangelegenheid waarbij de verantwoordelijke luidkeels en zeer spastisch duidelijk maakt dat hij een inktafdruk op een blaadje wilt.

Friezen zijn robuuste mensen en wel wat gewend, maar het doet toch menig Fries je nors in je ogen aankijken als er midden in de nacht wordt aangebeld met de vraag of de aangrenzende steiger even 1 minuut mag worden gebruikt. 1 hele minuut nog wel, die zo belangrijk is. Heftig zwaaiend met zaklampjes en druk bezig zich voor te bereiden. Roeiers die hun ontblote benen te voorschijn halen en zich warm rennen. Maar waarop? Waar moet je je in hemelsnaam op voorbereiden in een koude nacht? Het nachtelijke waterfeest zou een understatement zijn. In een boot zitten die tientallen uren geheel omgebouwd is, met alle mogelijke elektronische voorzieningen, bekabeling, navigatie, spatzeilen, en een lamp op de boeg die nog komt van een oude Spitfire.

Gepaste trots is er 20 uur later in Leeuwarden, als je gezamenlijk met het hele team die achter je stond die hele nacht lang, met een echt Elfstedenkruisje op de foto staat, en je weet waar je het allemaal voor gedaan hebt.

Maarja zo is het leven nou eenmaal. Aparte bezigheden moeten er nu eenmaal zijn. C’est la vie zouden de Fransen zeggen, of de Friezen zouden mompelen als die 1 minuut voorbij is:’’Sa ist en net oars, want as 't oars wie, wie t net sa’’. (Zo is het en niet anders, want als het anders was, was het niet zo).